IJsselland  abessijnen

 

 

 

 
-wild looks gentle nature-

 

 
 
 
 
 
 
 
 
Twaalf en een half jaar leven met Cantor!

door: E. Crois- Berends  (1966) cattery Bélphegor.

Tja Abessijnen, we raken er nooit over uitgepraat! Ze zijn stellig een van de boeiendste rassen.
Het is zoals iemand eens tegen ons zei: "Eens een abessijn, betekent een levenslange verslaving aan dat ras!"
 
Het is nu ongeveer 14 jaar geleden dat we voor het eerst op een clubmatch een Abessijntje zagen.
We vonden het wel iets van een "gewone" huiskat hebben, maar dan wel zó apart, dat we er als bakstenen voor vielen en
onmiddellijk besloten, dat zo'n diertje eens in ons huis zou rondlopen.
Alleen de kleur was nog een probleem.
Mijn man wou persé wildkleur en ik vond rood zó mooi, dat ik er de adem bij inhield.
Maar zoals vele problemen in de wereld, loste ook dit zichzelf op door de omstandigheden.
 
Op een show in Utrecht, nu ruim 12 jaar geleden, was er een nestje met twee katertjes (over een poes
werd zelfs niet gedacht, want we wilden nooit fokken!). We hadden geen idee wat een abessijn
kostte en schrokken ons dood van de prijs.
Maar na wat gereken en goede voornemens in de trant van: "Dan koop ik geen winterjas, maar wees jij dan
wat zuiniger met de auto!" stevenden we weer op de kooi met de twee kereltjes af.
Edoch, door onze beraadslagingen was juist het rode katertje verkocht en kreeg mijn man dus zijn zin met de wildkleur.
 
Cantor van Safari overleden 1980
Twee weken later togen we vol opwinding naar het adres in Arnhem.
Kennelijk kwamen we niet op een erg gelegen moment,
want de soep was juist op de borden geschept. We zeiden dat we
best even konden wachten, maar voor we konden gaan zitten sprong
onze toekomstige aanwinst op tafel .en veegde
met één haal, die een grote routine verraadde, de balletjes uit een van
de borden.
De fokster keek zeer ontdaan en je zag haar denken:
"Zoiets kopen ze vast niet!"
 We haastten ons te verklaren, dat we het vermetele optreden van het
diertje geen onoverkomelijk bezwaar vonden,
tenzij mocht blijken, dat het zich uitsluitend met soepballetjes zou voeden.
 
De fokster bevestigde dat wij reeds hadden vermoed, dat de voeding
van Cantor (zo heette onze aanwinst) geen enkel
probleem vormde. Dolgelukkig reden we met onze Abessijn naar huis
en namen ons voor, hem eens goed op te voeden.

Nu, na zijn twaalf-en-een-halfjarig jubileum in ons huis kan ik rustig verklaren, dat er in Cantor's gedrag niets maar dan ook niets is veranderd. Het aantal van het gas getrokken pannen met de smakelijke inhoud op de keukenvloer is niet meer te tellen.
De kilo's voor menselijke consumptie bestemde vleeswaren, die dikwijls op onverklaarbare wijze uit kasten verdwenen,
evenmin zijn reeds eerder beschreven vaardigheid om je het vlees van het bord of de kaas van het brood te halen grenst aan het ongelofelijke en brengt telkens weer onze gasten aan tafel in opperste verbazing.
 
Ze trekken een gezicht alsof ze zijn beetgenomen door een goochelaar, die hen ongemerkt hun horloge heeft ontfutseld.
Kortom, Cantor lust alles, zo gek kun je het niet verzinnen. Nu bejaard, maar nog steeds zeer actief op eetgebied, is hij wat
kieskeuriger geworden, maar gappen is voor hem een sport, dus gappen zál hij.
Het is nog niet zo lang geleden, dat mijn man hem met een kaartje in de bek zag lopen.
Nieuwsgierig geworden naar wat daar wel op zou staan, nam hij Cantor op de armen en zag tot zijn stomme verbazing
dat het een prijskaartje van de sinaasappels was.
Voorzichtig begon hij eraan te trekken en na verloop van tijd kwam er langzaam maar zeker een compleet netje uit de maag
tevoorschijn. Waarschijnlijk had Cantor dit uit het vuilnisvat tezamen met meer eetbare spullen naar binnen gewerkt.
Het had zijn dood kunnen zijn, wanneer we dit niet tijdig hadden opgemerkt.
 
Voordat nu iedereen denkt, dat alle Abessijnen zulke vraatzuchtige dieren zijn, kan ik verzekeren dat Cantor wel
een extreem geval is. De poezen zijn niet half zo snoeperig, al moet ik toegeven dat we nog nooit een kieskeurige
Abessijn hebben meegemaakt.Ze lusten werkelijk alles.
Over hun karakter niets dan goeds of beter gezegd: uitmuntend!
Ze zijn uitermate trouw aan de mens. Het geeft niet waar je heengaat, als ze maar bij je mogen zijn.
Onze Abessijnen zijn probleemloos op reis. Al vele jaren nemen we er ieder jaar een paar me op vakantie.
Ieder hotel of huisje vinden ze dolle pret en ze voe¬len zich er onmiddellijk thuis (niet zoals een kat in een vreemd pakhuis!).
Hun aan-hankelijkheid kent geen gren-zen, ze hebben iets in hun ogen, dat andere katten niet hebben en dat alles,
gecombi-neerd met een grote intelligentie maakt hen tot bijzonder aantrekkelijke huisgenoten.
 
Die intelligentie schept overigens wel eens problemen. Het is n.1. bijzonder vervelend regelmatig geconfron-teerd
te worden met een kat, die slimmer is dan je denkt! Onze exemplaren springen bijvoorbeeld alle deuren open.
Dat doen overigens wel meer katten, maar je staat toch raar te kijken als een ding van acht weken tegen een
bakstenen muur omhoog klimt om zo door een deurraampje te kunnen springen. Ons poeskind zag de moeder daardoor
verdwijnen en deed dat op deze manier even na. Een dikke Karthuizer van drie jaar begreep na al die jaren nog niet hoe
die anderen dat toch de¬den. Ze zit dan op haar dikke gatje op de plavuizen en kijkt al die springers stomverbaasd na.
Om op onze ouwe Cantor terug te komen, ondanks zijn gap-lust zouden we willen, dat iedereen zoveel plezier aan zijn
katten beleefde als wij aan deze oude rakker. Hij leeft zo intens mee met het gezin, dat hij alles weet.
 
Wanneer ik koffie zet kijkt hij verheugd op en hoor je hem denken: "En dan is er koffie. . . lekkere koffie. . . koffiemèlk!"
Zodra hij de koffiegeur heeft geroken, gaat hij op zoek naar het kannetje net zolang totdat hij het gevonden heeft en dan pootje
erin en likken maar. Als het pootje er niet in kan, bijvoorbeeld bij een fles, dan kiepert hij die over de grond.
 
Een andere hobby is autorijden. Daar is hij dol op. We zijn nu zover dat hij regelmatig meegaat om boodschappen te doen.
 Het liefst zou hij in de supermarkt ook nog in het karretje op het kinderzitje zitten en dan even alleengelaten worden bij de
afdeling vleeswaren! Helaas kruipt hij in iedere auto en zijn we als de dood dat hij per ongeluk nog eens meege¬nomen wordt.
Hoewel, als hij daar het vlees opgegeten heeft, brengen ze hem beslist weer terug.
Een andere gewoonte van hem is, om onverwachts op iemands schouder te springen, zonder aanzien des persoons!
Menige bezoeker stond hier trillend van de schrik en me¬nige oude dame wreef zich de pijnlijke schouder onder het dunne bloesje.
Hij zit werkelijk vol met gekke streken. Jaren geleden kwam op een show een ste¬ward me stikkend van het lachen vertellen dat
Cantor alles in het honderd had gejaagd op de keurtafel. Het bleek dat een lieve keurmeesteres voor angstige katjes een
opwindbare muis had meegenomen. Ze keurde siamezen. Cantor, die twee tafels verder zijn keuring onderging, zag die muis gaan,
nam een duik over de tafels en vlóóg er achteraan. Grote paniek in de keurruimte! Keurrapporten van Siamezen, Blauwe
Russen en Abessijnen dwarrelden in het rond. Cantor greep de muis en liet zich daarna weer volmaakt rustig oppakken.
Hij is een kat, die tentoonstellingen een enig vertier vindt.
 
Hij sliep altijd weinig, zág alles en zat 's avonds vol verhalen over al die leuke mensen die hij gesproken had.
Af en toe gaf hij een gratis voorstelling van gekke buitelingen of kreeg ineens iedere tiende bezoeker een poot.
Het zag dikwijls zwart van de mensen voor zijn kooi.
De keuring was voor hem het hoogtepunt van de dag.
Hij was net zo geïnteresseerd in de keurmeesters als die in hem en na afloop van de keuring bracht hij verslag uit over
zijn keurmeesteres, die hem gelukkig niet kon horen, hij zei namelijk. "Iets te zwaar gebouwd, mooie oren, duidelijke
halsband, maar geen strepen op de poten."
 
Op zijn achtste jaar namen we hem als een soort afscheidsvoorstelling mee naar de jubileumtentoonstelling in Rotterdam.
Hij was toen al vele jaren internationaal premior. 's Middags hoorden we dat hij vier int. premioren verslagen had (in die tijd
werden de int. prerTjfren van alle rassen nog in één klasse verdeeld).
Cantor werd voor de vijfde maal Premior der Premioren, wat een prachtterm!!
Zondags kreeg hij de prijs van zijn leven, beschikbaar gesteld door Purina. Het was niet alleen een grote beker
(leuk voor de vrouw!) maar bovendien 24 pakken kattebrood en 24 blikken vlees.
Ik zie nog een goeiige man met een kruiwagen met me mee sloffen naar de auto.
Cantor had een wat achteloze trek om de mond, zoiets van: "Zet daar maar neer jochie,
leuk dat ik eens wat terug kan doen voor de vrouw!"
Na onze eerste Abessijn, die wel een uniek exemplaar mag worden genoemd, kwam er tenslotte toch een poes in huis,
veel rustiger en veel meer dame. Deze dame kreeg een dochter die weer een zalige gekke meid was en van deze twee
lopen er nu vele kleinkinderen en achterkleinkinderen door ons huis, die Oom Cantor met de nodige eerbied behandelen.
 
Zoals ik reeds aan het begin van dit stukje schreef: Eens een abessijn betekent een levenslange verslaving aan dit ras!
De Abessijn is voor ons de kat! Luistert u eens, hoe Fernand Méry hem beschrijft in zijn boek "Katten": "De Abessijn.
Vanwaar deze naam? Zelfs bij de ambassade van Ethiopië weten ze het niet. Bij de negus zijn geen Abessijnse katten.
Wat geeft het ook! Het ras dat deze naam draagt, bezit zoveel gunstige eigenschappen, zo'n schoonheid, zo'n
zachtmoedigheid en zo'n bekoring dat het - naar onze bescheiden mening - de volmaakte kat vertegenwoordigt.
 
Hoe ziet de Abessijnse kat eruit? . . . Hij is de kat!
Stelt u zich een kleiner model voor van de algemeen bekende kat uit het Louvre, het standbeeld dat zo vaak is
afgebeeld en in terracotta, brons of boetseerklei nagemaakt. . . die grote katafgod.
Kleed hem aan met een rode vacht, ontroofd aan de rode haas van onze akkers, een kleed waarvan elk
haartje roodbruin van kleur is met zwarte of bruine punten. . .
Geef hem de waardigheid van de fraaiste Siamees, de liefelijke blik van een straatkat uit het hartje van Montmartre
en de oplettende verstandelijkheid van een welopgevoed jong Persje. . .
Dan heeft u de Abessijn!"

(Vele jaren geleden reeds gepubliceerd. Cantor was echt uniek!)
 
Bettie La Crois van cattery Belphégor  
(de advertentie is uit 1984, de poes tussen rode stippen is een verre voorouder van onze  Marsmellow Bolero of IJsselland )